Ontwikkeling van het kind

We verstaan hieronder:
De wijze waarop het dagelijkse werk van kinderen wordt bekeken en beoordeeld en de middelen die worden gebruikt om vorderingen van leerlingen te verzamelen. We noemen dit geheel het leerlingvolgsysteem.

Observatie en toetsing
Voor de groepen 1en 2 worden er naast de af te nemen observatielijsten ook toetsen uit het CITO leerlingvolgsysteem afgenomen. De ontwikkeling van elk kind wordt bijgehouden. De leerkracht als deskundig observator vormt zich een beeld van de ontwikkeling van de kleuter.
In deze groep wordt gekeken naar:

  1. sociale ontwikkeling
  2. gedragsaspecten met betrekking tot spel- en werkopdrachten
  3. motorische ontwikkeling
  4. spraak- en taalontwikkeling
  5. verstandelijke ontwikkeling
  6. creatieve vorming


Voor de groepen 3 tot en met 8 worden de leer- en ontwikkelingsvorderingen met hulp van methodegebonden toetsen; observaties van dagelijks werk; werkhoudingaspecten en sociaal-emotionele ontwikkeling gevolgd.
De Cito-toetsen zijn landelijk genormeerde toetsen en methodeonafhankelijk. Wij gebruiken ze voor het verbeteren van ons onderwijs aan de leerling, om het leerstofaanbod per leerjaar te toetsen en om de resultaten van de school te volgen en te kunnen verbeteren.
Deze toetsen zijn vastgelegd in een toetsjaarkalender.

Rapportage
Om de ouders een zo duidelijk en compleet mogelijk beeld te geven van de ontwikkeling en de prestaties van het kind, vindt 3x per jaar (november, maart en juni) rapportage plaats.

Vanaf groep 3 krijgen de ouders en leerlingen drie keer per jaar een schriftelijke rapportage, ook wel het rapport genoemd. De ouders krijgen een uitnodiging voor een 10-minutengesprek.
Tijdens dit contactmoment worden het welbevinden, de betrokkenheid en de prestaties van het kind aan hand van het rapport besproken.
De rapportage in leerjaar 8 heeft mede vanwege de verwijzing naar het voortgezet onderwijs een andere opzet. De ouders krijgen daarover tijdig bericht.

Bevorderen en verlengen
Vanaf het moment dat de leerlingen de school bezoeken, vindt er een nauwgezette observatie van de ontwikkeling plaats. De meeste kinderen ontwikkelen zich binnen de bandbreedte dat voor een leerjaar en de normale ontwikkeling geldt.
Voor alle groepen geldt dat een leerling bevorderd wordt naar de volgende groep, als deze zich gedurende het schooljaar voldoende heeft ontwikkeld.
Voor de leerlingen die problemen ondervinden bij het verwerven van de leerstof, wordt in de loop van het schooljaar nagegaan wat het beste is. In overleg met de ouders wordt uit de volgende mogelijkheden gekozen:

  • doorgaan naar de volgende groep met extra aandacht op bepaalde gebieden;
  • doorgaan met een geheel eigen programma (minimumdoelen);
  • hetzelfde leerjaar verlengen.


Een ander probleem ondervinden de leerlingen die verder zijn dan de aangereikte stof. Voor hen kan gelden:

  • doorgaan in dezelfde groep met een eigen programma (verdieping/verrijking);
  • tussentijds doorgaan naar een volgend leerjaar;
  • een leerjaar overslaan met inhaalprogramma.


Mochten er aanwijzingen zijn dat de ontwikkeling van het kind niet verloopt zoals gehoopt zou mogen worden, dan zullen de groepsleerkrachten i.s.m. de interne begeleiding dat in een zo vroeg mogelijk stadium met de ouders bespreken. Er zullen, in overleg met de ouders, stappen worden gezet om het kind te begeleiden.

De directie beslist uiteindelijk na overleg met de interne begeleiding en de groepsleerkrachten of de leerling dan wel bevorderd wordt, verlengt of versnelt.

Herfstkinderen
Kleuters stromen gedurende het schooljaar in op de 1ste schooldag na hun 4de verjaardag. Het gevolg is dat een kleuter een vroege of late leerling kan zijn. De totale kleuterperiode tijd kan dan ook sterk verschillen.
Om tegemoet te komen aan het verschil in ontwikkeling tussen kinderen werken wij (per 1-8-2010) met heterogene kleutergroepen waarbij twee leerjaren worden gecombineerd. Dat is een natuurlijke oplossing om kleuters ontwikkelingskansen te kunnen bieden.

Kinderen die in oktober t/m december vier jaar worden, worden vanuit observatie en toetsing bekeken of de ontwikkeling genoeg gevorderd is om aan het eind van het schooljaar door te kunnen stromen naar leerjaar 2.
In juni worden weer alle kleuters getoetst. Dan geeft de score en het oordeel van de leerkrachten aan of het kind naar leerjaar 2 kan.
Leerlingen uit leerjaar 2 worden op vaste momenten getoetst. Dit resultaat en het oordeel van de leerkrachten geven de doorslag voor het al of niet bevorderd worden naar groep 3.

Leerling-dossier
Van alle kinderen wordt een dossier aangelegd. Daarin worden de gegevens opgenomen van het gezin, de leerlingbesprekingen, gesprekken met de ouders, onderzoeken, toetsen en handelingsplannen. De interne begeleiders beheren de dossiers, maar de leerkrachten dragen er zorg voor dat alle relevante gegevens verzameld worden.
Het dossier kan, op schriftelijk verzoek van de ouders, op school ter inzage worden gelegd. Kosten die voortvloeien uit het beschikbaar stellen van afschriften uit het dossier zijn voor de ouders.

Zorgaanpak in de groep.
De Prins Mauritsschool kent verschillende niveaus in de zorg voor kinderen. Het allereerste niveau is de aanpak in de groep. De leerkrachten voeren een effectief klassenmanagement en zijn geschoold in het omgaan met verschillen tussen leerlingen.
Na observatie en toetsing concludeert de leerkracht of het leerstofaanbod wordt beheerst. Mocht er uitval zijn, dan stelt de leerkracht een plan op. Het plan geeft de acties aan om kinderen die het nog niet begrepen hebben extra instructie en/of begeleiding te geven.